Woordenboek van anglicismen
EEN WOORDENBOEK VAN ANGLICISMEN*
DOOR JAN
POSTHUMUS
1. HET MATERIAAL
Binnen het Anglistisch Instituut van de Rijksuniversiteit te
Groningen is door de jaren materiaal verzameld betreffende het
gebruik van Engelse woorden en uitdrukkingen in het Nederlands. Dit
leidde in eerste instantie tot R.W. Zandvoorts publikatie
English in the Netherlands (1964), een verzameling citaten
met bronvermelding, gearrangeerd in 44 niet altijd even gelukkig
gekozen gebruiksvelden, met een restcategorie 'general' als
grootste. De inleiding daarbij beperkte zich tot een aantal
algemene opmerkingen.
Het onderzoek kreeg een nieuwe impuls toen het Instituut in
het begin van de jaren zeventig werd benaderd door Rudolf
Filipovic van de universiteit van Zagreb om deel te nemen aan
zijn project 'The English Element in European Languages'. In het
kader daarvan dienden twee corpora te worden aangelegd: het ene van
de Engelse woorden en uitdrukkingen voorkomende in het meest
gelezen Nederlandse dagblad, het andere idem in het meest gelezen
weekblad, beide te excerperen over een periode van een maand. Dit
had tot gevolg dat een corpus werd verzameld uit De
Telegraaf van 16 october t/m 11 november 1972, en een uit
Elseviers Magazine van 28 september t/m 26 october 1974.
Vervolgens werd een begin gemaakt met het bewerken en beschrijven
van de gevonden woorden, waarbij de fonologische component voor
mijn rekening kwam. Van leiding vanuit Zagreb, die borg moest staan
voor een uniforme uitvoering in alle talen, kwam weinig terecht,
ook al omdat de toe te passen methoden voor ons doel weinig
geschikt leken, zelfs tot tegenspraak noodden. Uiteindelijk haakten
praktisch alle deelnemers aan het project binnen ons Instituut af,
en bleef ikzelf over om althans een overzicht van het
Elsevier-corpus het licht te doen zien. Dit gebeurde in de
instituutspublikatie A Description of a Corpus of Anglicisms
(1986). Belangrijker dan de opsomming van de 829 gevonden woorden,
was hierbij naar mijn mening de uiteenzetting over het ontwikkelde
beschrijvingsapparaat, vooral met betrekking tot de aanpassing van
de Engelse woorden aan het Nederlandse taalsysteem.
Buiten deze corpora werd in de jaren 1982-1987 verder
materiaal verzameld door de deelnemers aan doctoraalcolleges
('seminars') onder de titel 'The English Influence on Dutch'. Dit
resulteerde in een flink aantal 'word studies', werkstukken en
scripties. Daarnaast bleef ik mijn eigen privé-verzameling
uitbreiden.
2. HET WOORDENBOEK VAN ANGLICISMEN
Het verzamelde materiaal leek een goed uitgangspunt te vormen
voor het samenstellen van een woordenboek waarin een overzicht zou
[9] worden gegeven niet alleen van de in het Nederlands gebruikte
Engelse woorden en zinsneden, maar ook van de wijze waarop ze in
het Nederlandse taalsysteem fungeerden.
2.1 DE MACROSTRUCTUUR
Een woordenboek is niet hetzelfde als een corpusbeschrijving.
Een corpusbeschrijving geeft een volledige opsomming van wat ergens
is aangetroffen. Een woordenboek selecteert daaruit wat binnen een
zeker gesteld kader de moeite waard geacht wordt op te nemen. Voor
het onderhavige woordenboek van anglicismen worden de volgende
opnamecriteria gehanteerd.
A. FREQUENTIE VAN VOORKOMEN
Om al te buitenissige gevallen buiten de deur te houden, worden van de nieuwere ontleningen alleen die woorden opgenomen die minimaal twee keer in van elkaar onafhankelijke bronnen zijn geregistreerd.
Om al te buitenissige gevallen buiten de deur te houden, worden van de nieuwere ontleningen alleen die woorden opgenomen die minimaal twee keer in van elkaar onafhankelijke bronnen zijn geregistreerd.
B. ALGEMEEN VERSUS SPECIALISTISCH
Uit de vaktalen, waarin in bepaalde gevallen het Engels sterk is geïnfiltreerd, worden alleen die woorden opgenomen die naar mijn oordeel ook bij de geïnteresseerde leek een zekere bekendheid genieten. Het heeft, om een voorbeeld te noemen, geen zin de ongeveer 300 Engelse en half-Engelse basketbaltermen op te nemen die voorkomen in Janbroers Modern Basketball (Den Haag, 1962). Alleen de meer algemene, die ook in krantenverslagen voorkomen, krijgen een plaats in het woordenboek. Ook uit gebieden als de computerkunde worden slechts de meer algemeen bekende opgenomen.
C. EXOTISMEN
Een vraagpunt bij de behandeling van Engelse termen in het Nederlands blijven de exotismen. Hieronder zijn te verstaan de Engelse benamingen voor specifiek Engelse of Amerikaanse instellingen en zaken die in Nederland niet voorkomen. In deze categorie horen ook thuis de stukjes Engels die men in het Nederlands aantreft louter ter aanduiding van de buitenlandse couleur locale. Omdat al deze verwijzingen naar buitenlandse zaken en toestanden welbeschouwd geen deel uitmaken van de Nederlandse 'scene', worden ze niet opgenomen.
D. LEENVERTALINGEN
Wie de Engelse invloed op het Nederlands registreert dient ook aandacht te besteden aan de leenvertalingen, de geheel in het Nederlands omgezette versies van Engelse woorden. Woorden als blauwkous en wolkenkrabber zijn dus wel in het woordenboek te vinden.
E. INTERNATIONALISMEN VAN GRIEKSE EN LATIJNSE STAM
Er bestaan veel nieuwere, doorgaans wetenschappelijke, termen die zijn gevormd met behulp van Griekse en Latijnse stammen. Ze komen vaak voor in verschillende talen, in vormen die aangepast zijn aan de morfologische patronen voor de taal in kwestie. Sommige zijn ongetwijfeld eerst in het Engels gevormd, maar vanuit welke taal (of talen?) ze precies in het Nederlands terecht zijn gekomen is niet altijd met zekerheid vast te stellen. Vanwege het internationale karakter en soms de onzekerheid over de verspreidingsroute, wordt deze categorie, ook waar een Engelse origine niet onaannemelijk is, terzijde gelaten. Woorden als televisie, commercialiseren, privatiseren, (vgl. Eng. television, commercialise, privatise), vindt men dus niet opgenomen.
F. TIJDSSNEDE
Er wordt in het woordenboek geen overzicht gegeven van alle Engelse termen die door de eeuwen heen in het Nederlands zijn gebruikt. Het tijdperk dat in aanmerking wordt genomen loopt van ca. 1925 tot heden. Sommige van de opgenomen woorden blijken inmiddels verouderd.
2.2 DE MICROSTRUCTUUR
De microstructuur bevat de volgende elementen:
a. TREFWOORD Zo nodig worden ook spellingvarianten gegeven.
b. UITSPRAAK Voor de notatieprincipes zie men A Description of a Corpus of Anglicisms.
c. GRAMMATICALE GEGEVENS Het betreft hier de aanduiding van woordsoort, woordgeslacht, en vermelding van de buigingsvormen.
(NB. Morfologische aanpassingen en ontwikkelingen krijgen aandacht door de verschillende vormen waar mogelijk apart als trefwoord op te nemen, zoals b.v. gebeurt bij bodybuilding, bodybuilden, bodybuilder en bodybuildster.
d. DEFINITIE Waar nodig wordt een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving gegeven. Wanneer er een gangbaar Nederlands equivalent bestaat, wordt dat vervolgens toegevoegd.
e. SEMANTISCH PROFIEL De verschillende betekenissen worden zo zorgvuldig mogelijk onderscheiden. Ze worden apart genummerd, en soms verder onderverdeeld met letteraanduiding.
f. ONDERSTEUNENDE CITATEN De betekenissen van de opgenomen woorden worden nader toegelicht door middel van authentieke citaten. Deze citaten vormen enerzijds een bewijs dat het woord inderdaad zo wordt gebruikt, en geven anderzijds enig idee van de gebruikssfeer.
g. SAMENSTELLINGEN Bij woorden waar dit van toepassing is wordt een representatief lijstje van aangetroffen samenstellingen gegeven. Slechts bij uitzondering worden ze met een citaat geïllustreerd; sommige worden tevens als aparte trefwoorden opgenomen.[10]
a. TREFWOORD Zo nodig worden ook spellingvarianten gegeven.
b. UITSPRAAK Voor de notatieprincipes zie men A Description of a Corpus of Anglicisms.
c. GRAMMATICALE GEGEVENS Het betreft hier de aanduiding van woordsoort, woordgeslacht, en vermelding van de buigingsvormen.
(NB. Morfologische aanpassingen en ontwikkelingen krijgen aandacht door de verschillende vormen waar mogelijk apart als trefwoord op te nemen, zoals b.v. gebeurt bij bodybuilding, bodybuilden, bodybuilder en bodybuildster.
d. DEFINITIE Waar nodig wordt een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving gegeven. Wanneer er een gangbaar Nederlands equivalent bestaat, wordt dat vervolgens toegevoegd.
e. SEMANTISCH PROFIEL De verschillende betekenissen worden zo zorgvuldig mogelijk onderscheiden. Ze worden apart genummerd, en soms verder onderverdeeld met letteraanduiding.
f. ONDERSTEUNENDE CITATEN De betekenissen van de opgenomen woorden worden nader toegelicht door middel van authentieke citaten. Deze citaten vormen enerzijds een bewijs dat het woord inderdaad zo wordt gebruikt, en geven anderzijds enig idee van de gebruikssfeer.
g. SAMENSTELLINGEN Bij woorden waar dit van toepassing is wordt een representatief lijstje van aangetroffen samenstellingen gegeven. Slechts bij uitzondering worden ze met een citaat geïllustreerd; sommige worden tevens als aparte trefwoorden opgenomen.[10]
h. ETYMOLOGIE Een opmerking van etymologische aard
wordt alleen toegevoegd als 1) het trefwoord een andere vorm heeft
dan het Engelse bronwoord; 2) als het woord in kwestie
oorspronkelijk uit een andere taal komt, maar via het Engels is
ontleend; 3) als het opgenomen schijnbaar Engelse woord in het
echte Engels niet bestaat, of niet de in het Nederlands voorkomende
betekenis heeft. Deze laatste categorie, d.w.z. de gevallen van
pseudo-Engels, worden ten overvloede ook nog gemarkeerd (bv. door
middel van een asterisk) bij het trefwoord als zodanig of, als het
alleen een bepaalde betekenis betreft, bij het onderdeel in kwestie
van het semantisch profiel.
i. DATERING (PRO MEMORIE) Omdat betrouwbare gegevens hier niet voorhanden zijn, was ik niet van plan data van eerste voorkomen op te nemen. Op de bijeenkomst van 2 september werd er door verschillende aanwezigen sterk op aangedrongen toch een poging in die richting te wagen, volgens het principe: 'Beter een half ei dan een lege dop'.
i. DATERING (PRO MEMORIE) Omdat betrouwbare gegevens hier niet voorhanden zijn, was ik niet van plan data van eerste voorkomen op te nemen. Op de bijeenkomst van 2 september werd er door verschillende aanwezigen sterk op aangedrongen toch een poging in die richting te wagen, volgens het principe: 'Beter een half ei dan een lege dop'.
3. ENKELE VOORBEELDARTIKELEN
NB. Om technische redenen ontbreekt de uitspraakvorm.
brainstorm <de; -s 2, bet.> 1. = het brainstormen. 'Ja, ik denk dat je het gewoon even bij de brainstorm moet houden,' meent gesprekleidster Marieke. (HP, 20.8.88, p.21). 2. bijeenkomst waar gebrainstormd wordt. Het aantal brainstorms mag dan overdonderend zijn, redacteuren en redactrices die er regelmatig aan meedoen melden dat het de bedoeling is snel ter zake te komen. (HP, 22.10.88, p.27). Samenst. oa: ~bijeenkomst, ~groep. {Het Eng. heeft voor bet. 1. brainstorming, voor bet. 2. brainstorming session}.
brainstormen <onoverg.; h.gebrainstormd brainstormde,> groepsgewijs, of ook wel individueel, ongeremd ideeën en invallen spuien met het doel de beste oplossing te vinden voor een gesteld probleem. Hier {in Zuidhorn} moet nog 'gebrainstormd' worden over een nieuwe naam voor de gemeente. (LEEKSTER COURANT, 29.3.90, p.1). 'Brainstorm' met jezelf of met anderen en béoordeel ieder idee, véroordeel niet te snel. (COSMO, 1/85, p.34). {Eng. to brainstorm}.
brainstorming <bet. -s bet. 2. de; de, het, 1. > 1. = het brainstormen. Veel bedrijven kennen tegenwoordig grote waarde toe aan het 'brainstorming'. Een groepje werknemers komt bijeen om een gezamenlijk probleem te bespreken. Het is dan de bedoeling dat iedereen precies zegt wat er in zijn of haar hoofd opkomt, hoe onlogisch of gek iets ook mag klinken. (COSMO, 1/85, p.34). 2. bijeenkomst waar gebrainstormd wordt. Dit is een eerste, oriënterende bijeenkomst - een brainstorming als u wilt. (UK, 9.2.83). {Voor bet. 2. heeft het Eng. brainstorming session}.
break <de; -s> 1. (tennis) (afk. van service
break) het winnen van een game waarin de tegenstander serveert,
verloren service game; (service-)doorbraak. Pas in de elfde game
kwam de eerste break. (VK, 27.6.83, p.9). Slechts vechtlust
hield Wilander op de been, want in alle volgende sets slaagde de
Zweed erin een break weg te werken. (VK, 27.6.83, p.8). 2.
(oorspr. basketbal, ook uitgebreid naar sporten als ijshockey en
handbal) snelle verrassende tegenaanval vanuit de verdediging.
Er ontstond daardoor {in de handbalwedstrijd} een onrustig
spelbeeld met over en weer breaks die elkaar in razend tempo
opvolgden. (NvhN, 23.11.87, p.18). Uitdr. op de ~
spelen: het accent leggen op de verdediging om dan plotseling
toe te slaan met een snelle tegenaanval. Toen de Bulgaren, die
uitsluitend op de break speelden, langszij kwamen (2-2), gaf
niemand meer een stuiver voor de kansen {van de Nederlandse
ijshockeyploeg}. (VK, 12.3.83, p.35). 3. (boksen)
scheidsrechterscommando dat de tegenstanders beveelt een omklemming
te verbreken; 'los!'. Een stap achteruit na een
break-commando. (SS, 15.5.83). 4. werkonderbreking; pauze.
Een opgevoerd produktie-proces eist meer en meer van de
deelnemers. De behoefte aan een 'break' stijgt. (EM, 28.9.72,
p.89). 5. korte planmatige onderbreking van een radio- of
televisieprogramma, waarin bijv. reclame- [11] boodschappen kunnen
worden uitgezonden. Syndicated radio betekent dat u van ons
krijgt aangeleverd een programma zonder naam van het station, maar
met breaks, waarin u uw eigen stationsnaam kunt invullen en
eventueel uw reclames kunt draaien. (VK, 21.12.85, Verv., p.1).
6. (pop, jazz) korte structurele onderbreking in muzieknummer,
waarin alle instrumenten zwijgen. Nu speel je alweer door de
break heen. (MONDELING, 1989). 7. (pop, jazz) solopassage ter
opvulling van zo'n onderbreking. Farriss drumt stevig en
gedoseerd; slechts terloops laat hij zich even gaan in een enkele
verrassende break. (VK, 18.2.88). 8. (eertijds) open vierwielig
rijtuig; brik. 9. (Franse benaming voor) station-car.
Na de automaat en de diesel wordt het Peugeot-405 gamma in ons
land uitgebreid met een stationcar: de 405 Break. (NvhN,
1.9.88, Automag. p.1). 10. (snooker) in één beurt opgebouwde reeks
punten; serie. De Grooth tekende tevens voor de hoogste
break (34 punten). (NvhN, 2.5.90, p.25). {Het Eng. gebruikt
voor bet. 2. (basketbal) fast break; bet. 9 komt in het Eng.
niet voor}.
NOOT
Dit is de tekst van de lezing, gegeven op de bijeenkomst van 2 september 1992 te Leiden.