Persoanlik ark
Jo binne hjir: Thússide Uitgaven Trefwoord Jaargang 2003 Karikaturen De Vries
Dokumint aksjes

Karikaturen De Vries

BIJ TWEE KARIKATUREN VAN MATTHIAS DE VRIES*
 
DOOR NOP MAAS
 
 
In oktober 1891 begon R.A. Kollewijn (1857-1942) een offensief ter vereenvoudiging van de spelling. In het tijdschrift Vragen van den Dag publiceerde hij het opstel ‘Onze lastige spelling’, dat kort daarop – aangevuld met een naschrift – ook als brochure het licht zag. Kollewijn daagde de ‘tirannieke, onverdraagzame, dikwijls onberekenbare Nederlandsche spelling’ voor de rechterstoel van het gezond verstand om haar ‘te beschuldigen van eindelooze plagerijen, waardoor ieder Nederlander die de pen hanteert, dag in dag uit wordt gekweld’.
Kollewijn kritiseerde de spelling die De Vries en Te Winkel ontworpen hadden in het kader van het WNT. Met alle respect voor het illustere duo betoogde Kollewijn dat een normaal mens hun stelsel slechts met veel moeite kon hanteren en dat het in het onderwijs veel – en dan nog vruchteloos – tijd vergde. Belangrijke wijzigingen die hij voorstelde waren het afschaffen van de buigings-n en het weglaten van de klinkerverdubbeling in open lettergrepen.
 
Uiteraard ontstond er veel discussie over Kollewijns voorstellen. Onder zijn impuls zou de Vereniging tot Vereenvoudiging van onze Schrijftaal worden opgericht, die pas decennia later haar verlangens goeddeels ingewilligd zou zien.
 
Op 28 februari 1892 publiceerde De Amsterdammer een karikatuur waarop De Vries als nachtmerrie de slaap verstoort van Kollewijn. Het plaatje en het – vrij aan het vijfde bedrijf van de Gijsbreght ontleende – onderschrift wekken de indruk dat De Vries zelf aan het spellingdebat deelnam, maar bij mijn weten was dat niet het geval. De Vries genoot van zijn emeritaat, voorzover zijn geschokte gezondheid dat toeliet.
 
De directe aanleiding voor de karikatuur was waarschijnlijk het opstel ‘Over spelling’ dat G. Kalff [46]
Yll karikaturen 1.JPG
[47]
Yll karikaturen 2.JPG
Karikatuur in De Amsterdammer, 28 februari 1892
publiceerde in De Gids van februari 1892. Kalff probeerde de kritiek van Kollewijn op het stelsel van De Vries en Te Winkel te weerleggen. Hij stelde vast dat discussiëren over de spelling in de loop van de tijd wel een populair nationaal speelgoedje lijkt: ‘blinkend rammelaartje, waaraan klinkers en medeklinkers lustig heen en weer rinkelden, telkens opnieuw gezwaaid door de handen van een volgend geslacht.’
 
Het door Kollewijn gewraakte tijdverlies op school viel volgens Kalff wel mee, als het spellingonderwijs maar ingebed werd in de rest van het programma. En over de moeilijkheid van De Vries en Te Winkel voor volwassenen viel pas goed te oordelen, als meer mensen het stelsel op school geleerd hadden. Voor de meeste penvoerende Nederlanders was dit immers nog niet het geval.
 
Aardig is nog dat Kalff aan het eind van zijn opstel de tekenaar van ‘het Weekblad’, d.w.z. van De Amsterdammer opriep een karikatuur te wijden aan de zaak. Graag zou hij in beeld gebracht zien hoe – in de voorstelling van Kollewijn zelf – een twintigtal taalkenners te hoop liepen ten het heiligdom van de nieuwe spelling dat Kollewijn opbouwde. 
 
Ook De Nederlandsche Spectator bediende zich nog van De Vries bij het in beeld brengen van de nieuwe spellingbeweging. Op 25 februari 1893 beklaagde allerlei bedreigde spellingselementen zich bij de schim van de inmiddels overleden De Vries. Het onderschrift laat duidelijk zien dat de tegenstanders veel verdergaande veranderingen vreesden dan Kollewijn in werkelijkheid voorstelde.
 
 
* Dit artikel is eerder gepubliceerd in Trefwoord 5, 1993, pp. 45-47. De paginanummering van het origineel wordt tussen [ ] weergegeven. [terug]
 

Makke mei Plone